Het kan zijn dat je voor 1992 een lijfrente hebt afgesloten. Je hebt dan meestal te maken met een lijfrente volgens het oud regime. In dat geval heb je meer mogelijkheden nu je geld vrijkomt. Je bent bijvoorbeeld niet verplicht om je kapitaal om te zetten in een lijfrente.
Met een lijfrente afgesloten in het oud regime heb je de volgende uitgebreidere mogelijkheden :
1. vrijheid bij een keuze voor een tijdelijke lijfrente
2. vrijheid bij een keuze voor levenslange aanvulling op pensioen of AOW
3. geen beperkingen bij het kiezen van de begunstigde
4. meer mogelijkheden bij overbrugging naar pensioen of AOW
5. geen leeftijdsbeperking bij het uitstellen van de uitkering
6. ineens laten uitkeren
7. schenken aan (klein)kinderen
Tijdelijk
1. VRIJHEID BIJ EEN KEUZE VOOR EEN TIJDELIJKE LIJFRENTE
In het oud regime zijn de mogelijkheden voor de periode waarvoor je een tijdelijke lijfrente afsluit breder. Je kunt de uitkering bijvoorbeeld voor je 65e jaar in laten gaan. Later kan ook. De verzekering moet in ieder geval ingaan voor, of in het jaar waarin je 75 wordt. Bij het bepalen van de minimale duur van de uitkeringsfase geldt de zogenaamde 1% sterftekans. Wanneer je tussentijds overlijdt, dan ontvangen de door jou aangewezen begunstigden de met de verzekeraar afgesproken uitkeringen. De looptijd van een tijdelijke lijfrente bepaal je eenmalig en kan je tussentijds niet meer aanpassen.
Levenslang
2. VRIJHEID BIJ EEN KEUZE VOOR LEVENSLANGE AANVULLING OP PENSIOEN OF AOW
Je kunt ook kiezen voor een levenslange uitkering op je pensioen of AOW. Deze verzekering keert maandelijks een bedrag uit, tot je overlijdensdatum (of wanneer de verzekering op twee levens is afgesloten tot het moment dat de langstlevende overlijdt). Je kunt deze verzekering afsluiten tot het jaar waarin je 75 wordt. De uitkering van een levenslange lijfrente is lager dan een tijdelijke lijfrente. Maar je bent hiermee wel verzekerd van levenslang periodiek extra inkomen. Je periodieke uitkeringen ziet de Belastingdienst als inkomen en worden in box 1 van de inkomstenbelasting belast.
Is je inkomen in de toekomst laag? Bijvoorbeeld omdat je met pensioen gaat of tijdelijk minder werkt? Dan is de kans groot dat je lijfrente in een lagere belastingschaal valt, dan wanneer je deze ineens had laten uitkeren. In dat geval hou je met een lijfrenteverzekering netto meer over.
Meer mogelijkheden
3. GEEN BEPERKINGEN BIJ HET KIEZEN VAN EEN BEGUNSTIGDE
Er zijn geen beperkingen voor wie je opgeeft als begunstigde.
4. MEER MOGELIJKHEDEN BIJ OVERBRUGGING NAAR PENSIOEN OF AOW
Je vrijgekomen geldbedrag biedt je de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. Met de lijfrente kan je zorgen voor (aanvullend) inkomen in de periode tot aan je pensioen of AOW.
5. GEEN LEEFTIJDSGRENZEN BIJ HET UITSTELLEN VAN DE UITKERING
Wil je je vrijgekomen geldbedrag nog verder door laten groeien? In tegenstelling tot het nieuw regime heb je met een polis die onder het oud regime valt niet de leeftijdsbeperking van 70 jaar.
| Tip! Ben je nog niet pensioengerechtigd? Dan kan het aantrekkelijk zijn om uit te stellen, omdat na je pensioen vaak lagere belastingtarieven gelden. |
Ineens
6. INEENS UIT LATEN KEREN
Wil je je geldbedrag in één keer uit laten keren? Met het oud regime kan dat. De uitkering is belast in box 1 van de inkomstenbelasting. In combinatie met het andere inkomen in box 1 kan dan sprake zijn van hogere belastingtarieven.
7. SCHENKEN AAN (KLEIN)KINDEREN
Heb je het opgebouwde lijfrentekapitaal niet zelf nodig? Dan kan je de periodieke lijfrente-uitkering, of (een deel van) je kapitaal schenken aan je (klein)kinderen.
Bij schenking van een lijfrente-uitkering koop je een direct ingaande lijfrente waarvan je meerderjarige (klein)kinderen de periodieke uitkering ontvangen. Je behoudt wel de zeggenschap. Ook kan je eventueel later de lijfrente-uitkering weer aan jezelf of iemand anders geven. Bij schenking van een periodieke lijfrente-uitkering wordt geen schenkbelasting geheven. Je (klein)kinderen betalen bij schenking inkomstenbelasting over de ontvangen lijfrente-uitkeringen. Dit kan minder zijn dan jij zou moeten betalen, als voor hen een lager tarief in de inkomstenbelasting geldt. Voor elk van je (klein)kinderen geldt een eigen heffing.
Schenk je het kapitaal in het geheel aan je (klein)kinderen, dan heb je hierover geen zeggenschap meer. Bij schenking van kapitaal aan je (klein)kinderen betalen je (klein)kinderen schenkbelasting over 70% van het bedrag. Eventueel kunnen je (klein)kinderen gebruikmaken van de jaarlijkse of eenmalige hoge schenkingsvrijstelling.